Knotwilgen

Afbeelding invoegen
  Afbeelding invoegen
  Afbeelding invoegen

Rondom de mengelmoestuin zijn langs de slootkanten veel knotbomen te vinden. Niet alleen wilgen maar ook elzen en een enkele es. Er staat zelfs een knot eik! De knotbomen hebben in de eerste plaats de functie om vooral de slootkanten stevig te houden zodat deze niet af kalven. 

Verder passen ze mooi op onze tuin en maken er ook veel vogels en andere dieren dankbaar gebruik van deze knotbomen. 

De knotwilg is heel divers in gebruik en een belangrijke leverancier van alle maten rondhout. Zo is er in het eerste stadium het rijshout. Dit kan worden gebruikt om manden, fuiken of eendenkorven van te vlechten. 
Als je de takken dikker laat groeien kun je hekken vlechten of takken rillen opbouwen. De allerdikste maat kan gebruikt worden voor hekken, stelen voor gereedschap en als brandhout.
 
Afbeelding invoegen
  Afbeelding invoegen
  Afbeelding invoegen
Overigens krijg je kwalitatief betere (wilgen)tenen als je een kleine griend opzet. 
Een knotwilg kun je zelf stekken door een niet al te dikke tak (max doorsnede 5 cm) met een lengte van +/- 2,5 mtr af te zagen. Met een hiep (of mes) haal je een gedeelte van de bast weg om de tak beter te laten wortelen. Vervolgens steek je deze stek 50 cm diep in de grond bij afnemende maan. Met even geduld heb je er weer een mooie knotwilg bij. 

Een wilg is een waterboom en verlangt dan ook veel vocht. Het heeft geen enkele zin om een wilg op een dijk talut te zetten. Wel naast de sloot of bij een greppel. De tak oogst je bij voorkeur een dag voor volle maan tijdens de snoei en planttijd. De kracht zit dan boven in de plant. Door het bij afnemende maan te stekken gaat de kracht naar de wortelzetting.
 
Na 2 jaar kun je de stek voor de eerste keer knotten. Alle takjes die langs de stam zijn gaan groeien knip je dicht tegen de stam af, zodat je een mooie rechte stam krijgt. Verder zaag je de stam gewoon af op de hoogte die je zelf het makkelijkste vind. Het jaar erop zal de eerste knot zichtbaar gaan worden. Er gaat zich een enorme pruik van kleine takjes vormen. 
 
Afbeelding invoegen
  Afbeelding invoegen
  Afbeelding invoegen 
 
Het 2de jaar kun je de kleine takjes verwijderen door ze dicht tegen de knot af te knippen. Deze kleine twijgen verzamelen we en maken er een bos van. Die worden aan de slootkant gebruikt om de kanten te stutten. Hierover zal weer slootbagger getrokken worden zodat de kanten weer worden verstevigd.
Er blijven nu een 5 tot 7 tal takken staan op de knot. Die mogen groter en dikker worden. Al naar gelang waar je de takken voor gaat gebruiken. Voor stelen van gereedschap hebben we een andere dikte nodig dan bv om een hek te maken. Als stookhout gaan we voor de dikste maat.

Een gedeelte van de takken verdwijnt op de takkenrillen die her en der op de tuin zijn aangelegd. Hierin vinden talloze dieren een schuil of broedplaats. De knotkoppen van de wilgen zijn kleine utopiaatjes op zich. Hier vinden heel veel vogels en insecten hun walhala. In de grote dikke knotwilgen zitten broednesten van ganzen en eenden.