Het geriefbos

Op het achterland is geleidelijk aan een soort geriefbos ontstaan. Gerief staat voor gebruik en dus laten we hier hout groeien wat we gebruiken. Zoals wilgenteen voor manden, dikke takken voor stelen, kachelhout en eikenpalen. 

Hier hoeven we zo min mogelijk te doen of in te grijpen, enkel oogsten, omdat de ecologische principes van een natuurlijk bos worden benut.

 

   

 

Een plek waar bomen, struiken en planten met een lange levensduur staan. Er is inmiddels een redelijk grote variatie aan fruit, noten en eetbare gewassen en andere nuttige grondstoffen aanwezig.  

Behalve de pluk oogst is het ook een heerlijke plek om te vertoeven, zo tussen het groen.

Rondom het achterland staan knotwilgen langs de slootkant. Deze gebruiken we als brandhout maar ze doen ook dienst om de slootkanten "vast” te houden. Net als rondom de gehele mengelmoestuin houden ze de oevers stevig en zijn ze door ze te knotten een geliefde verblijf- en broedplaats voor vogels en insecten. Vooral de steenuil is er gek op. 
 
 
Het valfruit van de bomen gooien we in zinken teilen die we tussen de bomen hebben staan. Die trekken de prachtigste vlinders aan die er naar hartelust van snoepen! Ook andere insecten komen er op af. En natuurlijk zijn onze kippen er ook dol op!
 
Afbeelding invoegen   Afbeelding invoegen   Afbeelding invoegen
Aan bodembewerking doen we er niet want de bodem is constant bedekt en de meeste planten (inheems) kunnen het heel goed alleen af. Inmiddels hebben we een goede oogst van de 2 tamme kastanjes,  twee walnoten en een mispel. Er staan ook een aantal vlieren. Die worden veelvuldig door ons gebruikt. 
 
Zowel de bloesem, de bessen als de bast. Verder staan er nog vuilbomen (bessen), een berk (berkenwater en het blad voor thee) band, krul en schietwilgen (hout en bast en bloesem voor de bijen), en een stuk of 7 hazelaars (hazelnoten). 

Het achterland is ook de plek waar ons stookhout staat opgeslagen. Dit stookhout is geoogst van de diverse wilgen, elzen en essen op onze Mengelmoestuin.