De Moestuin


Onze moestuin is aan drie kanten omgeven door hagen. Een wilgen-, een beuken- en een meidoornhaag. Deze zorgen voor beschutting zodat de tuin al snel kan opwarmen in de vroege lente. Verder bestaat hij uit 2 plattebakken en 6 groente vakken. In de 7de kleine bak staan de overblijvende groenten waaronder oerprei, eeuwige moes, palmkool en brave hendrik..  
 
De overige 5 vakken zijn opgedeeld in; Kool, vrucht, wortel en zaadgewassen en bladgroenten. Deze rouleren elk jaar.
 
Afbeelding invoegen   Afbeelding invoegen   Afbeelding invoegen
 
Om plagen en aantastingen te voorkomen en de natuur enigszins na te bootsen hanteren we combinatieteelt of wel mengcultuur. De verschillende gewassen groeien naast en soms door elkaar. Een diversiteit aan planten trekken andere soorten insecten aan. Zo staan er tussen de groenten diverse kruiden en bloemen aangeplant die de betreffende groenten positief aanvullen of bevorderen. Hyssop trekt bv het koolwitje aan en lokt deze weg van de kool. Ook salie heeft deze eigenschap. Bij tuinbonen zaaien we altijd Dille of bonenkruid. En ui (korte wortels), wortel (diepe wortel) en dille is ook een mooie combinatie. 
 
Het teeltplan proberen we zoveel mogelijk aan te passen aan onze behoefte en smaak. We houden van diversiteit in zowel onze tuin als onze eetgewoonte.
 
Afbeelding invoegen   Afbeelding invoegen   Afbeelding invoegen
De volgende groenten zijn een vast onderdeel van het tuinplan; Aardpeer, asperge, suikermais, kardoen, artisjok, pompoen, palmkool, courgette, tomaten, pepers, aubergine, spitskool, div soorten uien en knoflook, snijlook, andijvie, krootjes, broccoli, venkel, koolrabi, pastinaak, prei, winterwortel, rode spruiten, brave hendrik, warmoes, 
snijsla, kastanje en haverwortels, raapjes, ramanas, groenlof, bonen, peulen, kapucijners, bruinkokers komkommers, knolselderij, paksoi en tuinmelde.
 
Het leuke is dat er tot diep in de winter wel wat uit de moestuin te oogsten is. In die tijd is het zelfs een soort van schatzoeken. Graven naar pastinaak, wortels en aardperen of wat ruccola en veldsla scoren op een beschutte plek. 
Mulchen

Gedurende het hele jaar wordt de bodem van de bakken afgedekt met gras, stro of bladeren. Mulchen heet dat. Het zorgt ervoor dat de grond niet uitdroogd of dat waardevolle stoffen niet uit de bodem spoelen. In het voorjaar wanneer de temperatuur het toelaat, halen we dat voor even weg want dan moet de bodem de mogelijkheid krijgen op te warmen. Tevens kunnen we dan de grond bewerken om te zaaien. En het zaad moet licht krijgen om te kiemen. Het nieuwe leven!
 
Spitten 

In onze moestuin wordt er niet gespit. Dat is de wereld op zijn kop zetten. Door het hele jaar door te mulchen trek je genoeg insecten en dieren aan die je bodem mooi en rul houden. In het vroege voorjaar gaat er enkel een paar keren een 3 tand door de bovenste laag. Zo kun je de bodem bewerken om te zaaien. Maar verstoor de bodem nooit teveel.